Terug

Fietsreis naar de Noordkaap! Het verslag van dag tot dag.

Na bijna 2500 km fietsen is van deze avontuurlijke reis het einddoel bereikt: de Noordkaap. Iedere dag kilometers trappen en onderweg genieten van prachtige vergezichten. In etappes vind je onderstaand het verslag van Norbert Cuiper en zijn fietsmaten.  

Deze reis was een echte uitdaging op fietsgebied waarvan toerfietsers wakker liggen! Een fietsreis met in totaal 2450 km en 20 etappes met een gemiddelde dagafstand van 125 km. 

Een unieke reis voor fietsers die niet bang zijn voor intense elementen en die beschikken over een gezonde dosis doorzettingsvermogen!
Beleef het mee en volg deze fantastische reis. De verslaglegging is in handen van Norbert Cuiper. Wil je ook de foto’s zien kijk dan op de Le Champion Facebook

Dag 20: Olderfjord – Honningsvag – Noordkaap

De laatste fietsdag is aangebroken. Aan de ene kant snak ik naar het einde, aan de andere kant vind ik het jammer dat de reis bijna is afgelopen. Toch moet het hoogtepunt nog komen: de Noordkaap! Vanaf het hotel in Olderfjord vertrek ik, na Arjan, maar voor Hemke en Arnoud, zoals bijna elke dag in de afgelopen drie weken. Na vijf kilometer ontdek ik dat mijn fietscomputer niet meeloopt, dus die kilometers mis ik op Strava. Maar wat is vijf kilometer op bijna 2500 kilometer? Gelukkig kan ik het relativeren. Ik wil deze dag goedgehumeurd doorkomen, dus ik laat deze ‘misser’ van me afglijden.

Het is niet koud, maar volgens Pieter moeten we rekening houden met een koude wind en mogelijk regen. Tijdens de rit begint het zachtjes te spetteren, maar gelukkig wordt het daarna snel weer droog. Na de koffiestop rij ik met Jan en Theo, maar als Jan stopt om te filmen rij ik rustig door. Ik rij ook een stuk mee met Hemke en Arnoud, maar als zij ook stoppen rij ik solo tot de tweede stop bij de bus, vlak voor de ingang van de Noordkaap-tunnel. Daar zien we meer dan honderd rendieren waarvan tientallen de weg oversteken. Dat gaat soms maar net goed met passerend verkeer.

De Noordkaap-tunnel is bijna zeven kilometer lang en gaat 212 meter diep. Sommigen zijn een beetje bang voor deze tunnel. Niet zo verwonderlijk: de tunnel is tien keer zo diep en vier keer zo lang als de IJ-tunnel bij Amsterdam, waar toerfietsers doorheen rijden bij de Dam tot Dam Fietsclassic. De Noordkaap-tunnel begint met een snelle, koude afdaling, waarna een beklimming van circa 3,5 km volgt, met een maximale stijging van 9 procent. Dat betekent steil klimmen in een redelijk verlichte tunnel, met geluiden van ventilatoren en passerend verkeer. Geen fijn vooruitzicht.

Om me in de Noordkaap-tunnel te beschermen tegen de kou heb ik een regenjasje aangetrokken. Zodra de klim begint krijg ik het echter steeds warmer, en bij de steile passages begin ik flink te zweten. Enkele auto’s passeren me op gepaste afstand. Ik ben opgelucht als ik het einde van de tunnel zie naderen. Als zelfs toerfietsers met bagage door de tunnel kunnen komen dan moeten wij dat zonder bagage ook kunnen, vertelde Pieter ons gisteravond. Inderdaad slagen ook de andere fietsers erin om zonder problemen door de Noordkaap-tunnel te komen.

Vanaf de tunnel rijden we de laatste 20 km naar Honningsvag, over glooiende wegen met uitzicht op zee. Ik zie een oranje tanker in de baai varen, en in de haven ligt een groot schip. Rond het middaguur bereiken we het hotel, waar we inchecken. Hemke en Arnoud zie ik niet; ze zijn doorgereden naar de Noordkaap. In de avond doen ze de rit naar de Noordkaap opnieuw, met de groep. Ik lig ’s middags op bed de Tour te kijken, val in slaap en word na een half uur wakker. We eten vroeg, vanaf 18h15, om op tijd te kunnen vertrekken voor onze laatste rit naar de Noordkaap.

We hebben om half twaalf afgesproken op de Noordkaap, zodat daar we een groepsfoto kunnen maken. Volgens Pieter is het verstandig om op tijd te vertrekken, aangezien de 34 km naar de Noordkaap veel hoogtemeters bevat. Hij adviseert uiterlijk half tien te vertrekken, maar als ik met Arjan en Adrie rond negen uur vertrek blijken de meesten al vertrokken. De anderen halen we onderweg in. Er staan een harde wind, die meeblaast in de afdaling en soms haaks op de rijrichting staat. Ik moet mijn stuur goed vasthouden om ervoor te zorgen dat ik niet van de weg af raak.

De klimmetjes naar de Noordkaap zijn behoorlijk steil. Een van de laatste hellingen is de Roykhoilla, een klim van een dikke kilometer die in het begin maximaal 16 procent aantikt en daarna afvlakt. Op deze klim heeft Steven Kruiswijk tijdens de Arctic Race in 2014 een KOM gehaald op Strava, met een tijd van 2 minuut 36 over anderhalve kilometer. Ik kom niet eens in de buurt van zijn tijd. Toch sta ik dit jaar met mijn tijd op een gedeelde tweede plek achter Ronny Holm, een Noorse renner uit Honningsvag. Als ik tien seconden sneller was geweest had ik hem verslagen. Ach ja.

Vlak voor de Noordkaap maak ik actiefoto’s van de anderen. Ze zijn blij. Ik rij naar het gebouw waar we de fietsen tegen de muur zetten. We feliciteren elkaar met het voltooien van de reis. Sommigen omhelzen elkaar zelfs, een ontroerend gezicht. Daarna lopen we naar het Noordkaap-monument, waar we foto’s maken van elkaar en het uitzicht met de midzomernachtzon. Het is bijna half twaalf en nog steeds schijnt de zon uitbundig, ruim boven de horizon. Een gekke gewaarwording. We gaan onder het monument bij elkaar staan voor de groepsfoto. We juichen. We hebben het gehaald.

Als ik terugloop naar het gebouw kom ik een jonge vrouw met een hond tegen. ‘Amazing that you’ve ridden all the way to the North Cape’, roept ze. Kennelijk heeft ze het verhaal al van een ander gehoord, maar ik vind haar enthousiaste reactie erg leuk. Niet iedereen zal begrijpen wat we hebben gepresteerd met deze reis. De toeristen die na ons poseren bij het monument hebben niet gefietst van Stavanger naar de Noordkaap. Ze hebben niet twintig dagen lang met de fiets door tunnels, om fjorden en over bergen gereden. Ze hebben geen kou geleden noch in de regen gefietst, of doorgereden met vermoeide benen. Ze hebben niet ervaren wat het is om deze reis te doen. Wij wel.

We verzamelen in het gebouw om samen wat te gaan drinken. We genieten van het uitzicht. De zon staat nog steeds te stralen boven de horizon. Het blijft licht. Na ongeveer een half uur vertrekken we voor de terugkeer naar het hotel. Op de terugweg blijkt de harde wind flink in het nadeel te blazen: het maakt de klimmetjes nog zwaarder. Ook in de afdalingen is het oppassen geblazen: bij de bocht waar de wind haaks op staat worden we bijna van de weg geblazen. Gelukkig komen alle fietsers van onze groep heelhuids aan bij het hotel. De nachtportier geeft me de kamersleutel en wenst me een goede nacht. In mijn hoofd is het nog onrustig, maar eenmaal op bed val ik snel in slaap.

Vier uur later gaat de wekker, want we moeten op tijd het vliegtuig halen. We fietsen naar het vliegveld van Honningsvag, waar we de fietsen inladen in de bus. Rienk en Jan rijden met de bus in vier dagen naar Nederland. De overigen vliegen in een dag via Tromsoe en Oslo naar Amsterdam. Het vliegen gaat niet vlekkeloos: de vlucht van Tromsoe naar Oslo loopt een uur vertraging op, waardoor we onze vlucht naar Amsterdam missen. We nemen een ander toestel, waardoor we drie uur later aankomen op Schiphol. Daar blijkt de bagage zoek. We moeten de bagage terughalen bij KLM. Bij sommigen duurt het meer dan een week voordat ze de koffers terug hebben.

Het is zoals Jan zegt: zo’n reis blijft een avontuur.  😉

Dag 19: Alta – Olderfjord

Alta. De naam van de Noorse stad komt me bekend voor. Ik associeer de stad met schaatsen, en die associatie blijkt terecht te zijn. Bart Veldkamp is er regelmatig als dweilmeester te vinden op de natuurijsbaan. Dat komt omdat de Hagenees een Noorse vriendin heeft die in Alta woont. Eerst was zij z’n penvriendin. Na zijn schaatscarrière kregen ze opnieuw contact, en dat resulteerde in een relatie. Ook organiseerde Veldkamp in februari 2015 in Alta een interland tussen oude schaatssterren uit Noorwegen en Nederland om het langebaanschaatsen in Noorwegen te stimuleren.

In Alta is het vandaag geen weer om te schaatsen: het is zonnig en warm. Ik start met korte mouwen en korte broek, voor het eerst tijdens deze reis. De meeste anderen zijn al vertrokken. In het begin rij ik alleen. Ondanks de gpx-route rij ik een paar keer fout. Dat irriteert me, net als het zitvlak dat nog steeds pijnlijk aanvoelt. Ik kan net als gisteren niet goed genieten van de leuke en mooie route die Klaas heeft bedacht. Ook bij de eerste klim is mijn humeur niet positief te krijgen: ik krijg last van muggen en ik kom niet in mijn ritme. Het lijkt alsof ik met het verkeerde been uit bed ben gestapt.

Opeens komen Hemke en Arnoud me voorbij in een flauwe bocht. Eerst reageer ik niet, maar voorbij de bocht zie ik de top liggen. Ik kom uit het zadel en zet aan om bij ze in het wiel te komen. Dat lukt me net. Vlak daarna halen we Quirine, Theo en Dirk in, en krijgen we een snelle afdaling voor de kiezen. Het fietsen lijkt ineens veel beter te gaan, alsof een ‘knop’ in mijn hoofd is omgezet. Als de weg weer omhoog begint te lopen laat ik Hemke en Arnoud gaan, om me niet te forceren. Het klimmen gaat echter nu wel goed, en na een paar kilometer kom ik aan bij de bus voor de koffiestop.

Vanaf de stop rij ik met Roel en Monique, over de E6 die langzaam daalt, met enkele klimmetjes. De weg gaat door een breed dal, met nog enkele resten sneeuw op de hellingen. Het gebied lijkt op de duinen in Noord-Holland, al is dit veel groter en uitgebreider. Hoe lager we komen, des te warmer het wordt. We passeren Aart, die een flinke voorsprong heeft op de rest van de groep. Volgens Monique zou Rienk op zo’n 70 km met de bus gaan staan voor de tweede stop, maar we hebben de bus nog niet zien passeren. Ik rij rustig door, totdat ik opeens een toeter achter me hoor. Het is Rienk, die met de bus een parkeerplaats opdraait. Over timing gesproken.

Bij de tweede stop krijgen we bouillon en pannenkoeken. Dat smaakt heerlijk, al komen ook vliegen op de stroop af. Ik vul mijn bidons en drink nog wat extra, voor ik vertrek. Bij het dorp Skaidi slaan we rechtsaf naar Olderfjord; Hemke gaat linksaf voor een extra lus via Hammerfest. In Hammerfest moesten de Noordkaap-fietsers vroeger een stempel halen, maar nu is dat niet nodig. Arnoud ziet het niet zitten om met Hemke zo’n 110 km extra te rijden. Hij slaat rechtsaf en geniet ervan dat hij zonder Hemke eindelijk even relaxed kan fietsen, zo bekent hij bij aankomst in Olderfjord.

In Olderfjord zit het hotel vlakbij een souvenirwinkel, een busstation en een restaurant. Bij het restaurant kopen we wat eten en drinken en zitten we buiten op het terras. Ook de andere fietsers voegen zich bij ons, totdat de bus aankomt. We halen de bagage uit de bus om naar de kamers te brengen. Ik was mijn fietskleren en hang ze buiten in de zon, over de leuning van een balkon aan het einde van de gang. De kamers zijn vrij krap, zodat de fietsen op de gang moeten staan. Op de gang hangen posters van diverse popsterren. Ik vind het leuk dat Madonna boven mijn fiets hangt.

’s Avonds na het diner bedanken we reisleider Pieter en begeleider Rienk voor hun inspanningen. Ella en Monique hebben kado’s voor hen gekocht. Pieter krijgt een Noorse ijsmuts en een ‘magische’ boekenlegger kado, Rienk krijgt een zeef voor zijn yoghurtplantjes en een spel om vissen te vangen. Pieter vertelt dat hij blij is dat de reis goed is verlopen en hoopt dat ook morgen iedereen heelhuids terugkeert. Morgen is de laatste fietsdag, met een bijzonder programma: overdag fietsen we naar het hotel in Honningsvag, en ’s avonds fietsen we naar de Noordkaap om de midzomernachtzon mee te maken, waarna we ‘s nachts terugkeren naar het hotel. Een unieke ervaring.

Dag 18: Sorstraumen – Alta

‘Laat je beenstukken maar uit’, zegt kamergenoot Fred. Hij heeft het weerbericht al gezien. Het is vandaag zonnig, warm weer. Eindelijk! Als we vanuit de trekkershut naar het hotel-restaurant lopen voor het ontbijt merk ik al dat het zomers aanvoelt. Arjan, die gewend is om met korte broek en korte mouwen in de kou te rijden, zwaait bij vertrek naar de bus waar Rienk en Arnoud wachten op Hemke. Ik ga achter Arjan aan, die als een speer vertrekt voor de afdaling over de onverharde strook naar de E6. Ik moet flink bijpoten om hem bij te halen. In de afdaling is Arjan een van de snelsten.

Na de afdaling volgt een steile brug over het Kvaenangen-fjord. Ik zie een groep verder rijden, maar een fietser blijft achter: Martien 

moet stoppen voor een rood licht wegens werkzaamheden aan de brug. Hij maakt net een foto van het uitzicht als ik passeer en het licht op groen springt. Verderop zie ik de groep, die net stopt om wat kleding uit te trekken. Het is toch warmer dan sommigen hadden verwacht. Adrie en Jan hebben net twee rendieren gezien, vertellen ze in het voorbijgaan. Ik zie niks, maar ik kijk nu beter om me heen. Ella heeft de rendieren al gefotografeerd.

We komen door het dorp Badderen, waarna we beginnen aan de Baddereidet, een klim van 3,7 km met gemiddeld 6,5 procent. Op de top neem ik enkele foto’s van de anderen, maar daarna rij ik door. Een snelle afdaling volgt naar Burfjord, waar Rienk en de bus bij een supermarkt staan. Even denk ik dat hij boodschappen doet, maar het is al tijd voor de koffiestop. Tijdens het koffie drinken komt een taxichauffeur naar ons toe. Hij vraagt naar onze reis en biedt ons gedroogd rendiervlees aan, een lokale delicatesse. Ik bedank hem. Hemke grapt dat ik kennelijk met de taxi ben gekomen.

Ik rij verder met Roel en Monique, totdat Hemke en Arnoud ons inhalen. Er staat een strakke wind tegen op de kustweg langs de Langfjorden. Ik en Monique pikken aan bij de twee snelle mannen. Verderop zien we rendieren op de weg die een kleine file veroorzaken. Monique maakt foto’s, terwijl ik met Hemke en Arnoud doorrij. Al snel komen we bij de bus voor de tweede stop. Een chauffeur van een andere bus stapt uit en vraagt naar onze reis. Hij is geboren op de Noordkaap en hij fietst naar zijn werk in Alta, de stad waar we naar toe fietsen. De Noor wenst ons veel succes.

De wind is nog steeds fris, waardoor ik als eerste vertrek. De E6 loopt even omhoog, terwijl ik een tunnel van 3,5 km lang voor me zie opdoemen. Dat vind ik te lang, en ik stop. Vanaf de weg kijk ik naar beneden waar ik een parallelweg zie lopen, maar om er te komen moet ik een kilometer terug rijden. Vanaf het dorp Storsandnes rij ik de kustweg om de tunnel heen. Dit betekent circa 7 km extra. De meeste anderen rijden door de tunnel, terwijl enkelingen de kustweg volgen. Zelfs Klaas, die de route heeft gemaakt met de kustweg-variant, rijdt door de tunnel omdat het korter is.

Het laatste stuk naar Alta is mooi met uitzicht over het fjord en een lus door het achterland, maar ik kan er helaas slecht van genieten. Het zitvlak doet steeds meer pijn, en ik weet niet meer hoe ik moet zitten. Ik wissel staand en zittend fietsen voortdurend af, maar dat geeft geen verbetering. Ik verbijt de pijn en kom staand fietsend binnen in Alta. Bij het hotel zie ik de bus staan, waar de bagage net wordt uitgeladen. Ik zet mijn fiets neer en help mee met uitladen. Daarna pak ik mijn bagage en breng die naar de hotelkamer op zes hoog. Gelukkig is er een lift. Ook de fiets mag op de kamer.

Na het douchen ga ik naar het winkelcentrum naast het hotel. Ik vraag aan een jonge vrouw waar de supermarkt is. Ze zegt dat ik haar moet volgen en brengt me naar de ingang van de supermarkt. Ik sta perplex over zoveel vriendelijkheid en hulpvaardigheid. Daar kan ik nog veel van leren. Ik koop wat yoghurt, chocolademelk en bananen. Om zeven uur eten we. Het lopend buffet is erg uitgebreid, maar het is wel erg druk en warm in het restaurant. Na het diner maak ik een wandeling. Het is nog steeds warm buiten. Gelukkig kan het raam van onze hotelkamer op ons verzoek verder open.

Dag 17: Lyngseidet – Sorstraumen

Hoewel het ontbijt vanaf acht uur staat gepland, melden de meesten zich ruim voor die tijd aan de ontbijttafel. We moeten namelijk om negen uur de boot nemen die ons vanaf Lyngseidet over het Lyngen-fjord naar Olderdalen brengt, waar de etappe pas echt begint. Een relatief korte rit van 85 km met aankomst bergop, zo valt op te maken uit het hoogteprofiel. Enigszins nerveus laden we snel de bagage in de bus, want de boot zien we al aan komen varen. Gelukkig is iedereen op tijd. De meeste fietsers ogen ontspannen op de boot. Diversen maken foto’s van het uitzicht, dat eerst nog wolken rondom de bergen laat zien, maar eenmaal aan de overkant van het fjord is het een stuk zonniger.

Als ik van de boot afkom stap ik op mijn fiets. Ik hoor dat er iets aanloopt en stap weer af. Een steentje plakt aan de onderkant van mijn achterrem en heeft een spoor gekerfd in het loopvlak van de band, maar gelukkig is het spoor niet diep. Opgelucht rij ik verder. Klaas en Ella rijden voorop, daarna volgt de rest. Als de weg gaat stijgen komen Hemke en Arnoud voorbij. Ik heb vandaag geen zin om de snelle mannen te volgen en laat ze gaan. Ik zie dat de anderen ook rustig blijven rijden. Begrijpelijk, want het uitzicht op de bergen aan de overkant is fantastisch met het heldere weer. De meesten stoppen om enkele foto’s te maken. De sfeer is relaxt. Ik geniet met volle teugen.

Na de koffiestop blijf ik wat treuzelen bij de bus. Ik twijfel over mijn kledingkeuze. Sommigen rijden zonder beenstukken. Ik besluit ik om ze aan te houden, omdat het ondanks de zon nog fris is met de wind. Bij de eerstvolgende klim om een tunnel heen heb ik daar al spijt van, maar ik gun mezelf niet de tijd om de beenstukken alsnog uit te trekken. Ik rij door, al heb ik geen enkele fietser meer in het vizier. Bij het Straumfjord krijg ik het zwaar: de harde wind staat vol tegen, en ik zie mijn snelheid dalen naar 20 km per uur. Ook het zitvlak doet pijn en begint steeds meer te zeuren.

Opeens heb ik er genoeg van. Ik rem en stop. Ik stap af en til mijn fiets over de vangrail. In de berm eet ik een broodje en maak ik foto’s. Diverse auto’s passeren, maar ik zie geen fietsers voorbij komen bij wie ik kan aanpikken. Na vijf minuten beginnen de vliegen opdringerig te worden. Ik zucht en zet mezelf weer in beweging. Een kilometer verder gaat het weer stroef en stop ik opnieuw. Tja, zo schiet het niet op. Honderd meter achter me zie ik Arjan stoppen voor een foto. Ik ga naar hem toe en vraag hoe het gaat. ‘Prima’, zegt hij, terwijl hij zijn best doet om de vliegen van zich af te houden.

Ik wacht op Arjan totdat hij ook vertrekt, zodat we samen kunnen fietsen. Ik rij achter hem en heb moeite om zijn wiel te houden, maar even later gaat het al beter. Na een afdaling neem ik over en gaat de weg omhoog. Ik schakel terug en probeer mijn tempo te handhaven. Ik ga ervan uit dat we hooguit nog een kilometer moeten klimmen, maar de klim naar de 401 meter hoge Kvaenangsfjellet blijkt bij nader inzien veel langer te zijn, om precies te zijn 6,3 km met een gemiddelde stijging van 5,7 procent. Aan mijn gehijg en gezweet kan ik merken dat het niet meevalt.

Ik ben blij als ik aankom op de Kvaenangsfjellet. Ik maak een foto van het bord en het uitzicht en wacht ik op Arjan. Samen dalen we af en slaan we een kilometer verderop rechtsaf voor de laatste onverharde hectometers naar Gildetun. Bovenop zien we de bus staan bij de trekkershutten waar we die nacht mogen doorbrengen. Het uitzicht vanaf de berg is overweldigend. Enige minpunt zijn de muggen die me plagen tijdens het poetsen van de fiets. Kamergenoot Fred en ik zijn bang dat de muggen ons ook ’s nachts zullen teisteren, maar dit blijkt gelukkig mee te vallen. En als ik midden in de nacht opsta om naar het toilet te gaan, zie ik nog steeds de zon aan de horizon schijnen. Wauw.

Dag 16: Bardufoss – Lyngseidet

Het miezert als we met het ontbijt naar buiten kijken. Bij vertrek regent het nog steeds licht, al vormt het natte wegdek een groter probleem dan de nattigheid van boven. Ik heb mijn overschoenen aangetrokken, zodat mijn voeten langer droog blijven, maar mijn regenjasje laat ik uit. Ondanks het natte weer heb ik er zin in. Ik start als een van de laatsten, maar heb al snel de vaart erin. Daardoor slaag ik erin om voor de eerste stop bij de voorste rijders aan te sluiten. Na een klim over circa 10 km naar 250 m hoogte komen we aan bij het Sami Camp, een tentenkamp annex souvenirwinkel. Daar staat ook de bus van Rienk, waar we koffie drinken. Het is fris, waardoor ik niet te lang pauzeer.

We dalen af over de E6, maar verderop slaan we een parallelweg in. Heerlijk verkeersarm. Na enkele fabrieken rijden we langs het Balsfjorden. Bij het einde van het fjord komen we weer uit op een fietspad langs de E6, waarna we afslaan. Niet linksaf naar Tromso, maar rechtsaf over de E6. Ik zie een waarschuwingsbord met een overstekend dier erop. Ik verwacht een rendier, maar als ik beter kijk zie ik een paard met berijder. Ik moet daar hard om lachen. Samen met Roel en Monique rij ik verder. We slaan af naar weg 868, waarmee we de E6 tijdelijk verlaten. Opeens is het een stuk rustiger. Fijn. Aan de overkant van het Storfjorden zien we het verkeer doorrijden op de E6.

Na de tweede stop bij de bus rij ik verder met Roel en Monique. Af en toe stoppen we om een foto te maken. We hebben immers genoeg tijd om bij het hotel te komen. De laatste 40 km zijn glooiend en komen niet boven de 50 m. Toch is het vermoeiend, want er staat een stevige tegenwind. Met zijn drieën is het echter goed te doen als we elkaar uit de wind houden. Als we om een tunnel heen rijden moeten we door een klaphek en over een weggetje waar veel schapen hebben gelopen. Ik zorg ervoor dat ik niet door de schapenpoep rijdt. Arjan vertelde eerder dat je ziek kan worden als er poep van de weg op de tuit van je bidon komt. Dat wil ik zien te voorkomen. Ik wil niet ziek worden.

In Lyngseidet kom ik aan bij de Magic Mountain Lodge, dat op een heuvel ligt met een mooi uitzicht op het Lyngen fjord. Even later komen ook Hemke en Arnoud aan bij het hotel. Hemke rijdt een extra lus, terwijl ik samen met Arnoud naar de supermarkt rij, waar Roel en Monique al zitten te eten. Ik koop een warme pastamaaltijd met kip die ik ter plekke opeet. Bij het hotel is de bus al aangekomen en worden de anderen ontvangen met thee, koffie en andere lekkernijen. We laden de bagage uit en gaan naar onze kamers, die zeer ruim zijn, waardoor ook onze fietsen er kunnen staan. De kooklucht uit de keuken ruikt heerlijk. Het eten, bestaande uit couscous, kip en zalm, smaakt voortreffelijk.

Na het diner wil ik nog een wandeling maken, maar inmiddels is het gaan regenen. Dat voorspelt niet veel goeds voor de volgende dag, maar de vooruitzichten zijn gunstig: het wordt droger en warmer. Voorlopig blijft het weer goed, vertelt Pieter glunderend. Opmerkelijk: in noordelijk Noorwegen zal het warmer zijn dan in het zuiden. Dat geeft ook hoop voor de laatste rit naar de Noordkaap, waar we hopen op een heldere hemel. Dat duurt echter nog even. Voor morgen moeten we vooral op tijd zijn voor de boot, die om negen uur vertrekt vanuit Lyngseidet. Dat betekent dat we een half uur later ontbijten, maar uit ervaring weet ik: dat half uur is zo voorbij. Ik leg mijn spullen alvast klaar.

Dag 15: Narvik – Bardufoss

Na twee weken is de startvolgorde voorspelbaar: als eerste vertrekt Aart. Daarna volgen de tweetallen Roel en Quirine, en Ella en Klaas. Dan vertrekt een groep met Johan en Annie, Martien, Piet en Gerard. Die rijden de hele dag met elkaar. Pieter en Fred rijden regelmatig samen. Jan is de ‘hoer’ van de fietsers: de ene dag rijdt hij met de sociale groep, de andere dag met Roel en Monique, maar de laatste dagen rijdt hij vaker met Theo. Roel en Monique rijden bijna altijd samen, ik en Arjan rijden regelmatig alleen. Ik ‘zwem’ meestal tussen Roel/Monique en het snelle duo Hemke/Arnoud.

Vanuit Narvik is het niet anders, al schopt de nieuwe Halogalandsbrug vlak na vertrek de volgorde in de war. Circa de helft van de groep neemt het fietspad over de brug, terwijl de andere helft de geplande route om het Rombaken fjord heen volgt. Dat laatste betekent een omweg van zo’n 11 km. Ik kom Monique tegen, die vertelt dat haar fietsmaatje Roel de route afsnijdt. Dat lijkt me niets voor Roel, en een half later blijkt mijn vermoeden juist als ik hem passeer op de geplande route. Hij rijdt samen met Adrie. Ze wachten op haar bij de eerste stop van de bus bij het tankstation in Bjerkvik.

Na de stop volgt de geleidelijke klim van de Gratangsfjellet, circa 7 km lang met 7-8 procent stijging. Bovenop is het koud en zwaar bewolkt. Ik vrees dat het gaat regenen, maar gelukkig blijft de neerslag beperkt tot een korte lichte bui. Ik kom Aart tegen, die vroeg is gestart en heeft ‘afgesneden’. Ik zie hem na circa 60 km staan bij de vangrail om een broodje te eten. Hij is verbaasd dat hij in de eerste 50 km de bus van Rienk nog niet heeft gezien. Ik vertel hem dat Rienk waarschijnlijk zo voorbij komt en zo’n 5 km verderop zal staan voor de tweede stop. Dat klopt, en bij de stop zie ik Aart terug.

Bij de bus tref ik ook Roel, die nu alleen rijdt. Als hij vertrekt rij ik achter hem aan. Een vrachtwagen is Roel aan het inhalen, maar moet remmen en uitwijken voor een tegenligger. Dat gaat maar net goed.  Ik probeer met Roel samen te rijden, maar als ik doortrap op een vals plat omlaag zie ik hem niet meer achter me. Ik rij langs een meer en door het dorp Setermoen. Ik twijfel om te pauzeren, maar rij toch door, over de E6, terwijl ik enkele rustigere parallelwegen zie waar ik liever had willen rijden. Als ik 10 km voor het einde stop bij het begin van een fietspad komt Roel binnen vijf minuten langs.

Het laatst stuk naar Bardufoss rijden Roel en ik alsnog samen. We zien het vliegveld, dat voor burgers en militairen wordt gebruikt. We komen als eersten aan bij het hotel, tegelijk met de bus; Hemke en Arnoud zien we even later aankomen. We mogen van het hotel onze fietsen stallen in een zaal die wordt verbouwd. Bij het betreden van de ruimte steekt Hemke zijn fietslamp aan, zo donker is het. Afijn, de fietsen hoeven niet op de krappe hotelkamers. Rienk brengt met de bus Gerard met zijn fiets naar een fietsenmaker in een ander dorp, om de gebroken spaak in zijn achterwiel te repareren.

Naast een hotel zit een supermarkt. Daar kopen we drinken en eten om onze reserves snel aan te vullen. Enkele uren later vallen we aan op het lopend buffet, als uitgehongerde wolven.

Dag 14: Innhavet – Narvik

‘Stress!’, roept Roel lachend als hij ziet dat sommige Noordkaap-fietsers al starten om 8h15. We moeten de boot halen van Bognes naar Skarberget, en enkele fietsers ontbijten zo vroeg mogelijk om op tijd te kunnen vertrekken. Het is 47 km fietsen van Innhavet naar Bognes, waar de boot om half elf zal vertrekken. We hebben dus ruim twee uur de tijd. Volgens Pieter is dat goed te doen omdat de weg vlak zou zijn. In de praktijk is de weg ‘Noors vlak’: glooiende heuvels met enkele langere hellingen. De meesten hebben twee uur nodig, maar vier fietsers komen te laat. Zij moeten de volgende boot nemen, maar gelukkig vertrekt die al een half uur later. Pieter komt net op tijd aan bij de boot, vlak voordat de slagboom sluit. Hij heeft bij vertrek oponthoud gehad door een lekke band.

Als de boot aankomt in Skarberget drinken we koffie bij de bus. Iedereen lijkt ontspannen, want we hebben nog genoeg tijd om de resterende 80 km naar Narvik af te leggen. We rijden eerst langs het water, waarna we al snel klimmen naar zo’n 230 meter. Het landschap oogt indrukwekkend, met puntige rotsen en enkele stalen hangboogbruggen. Ook lijkt het op de E6 rustiger dan eerst, al blijft het opletten. Een enkele kamper haalt rakelings in met een uitgeklapt trappetje en mist een fietser op een haar na. De meeste auto’s en vrachtwagens halen echter met een wijde boog in.

In een afdaling rij ik een afslag voorbij, maar ik heb het op tijd in de gaten. Daarna volgt verderop opnieuw een afslag, maar dan naar een onverhard pad, letterlijk het bos in. Ik zie dat de route verder weer op de doorgaande weg uitkomt en besluit om de weg te volgen in plaats van het wandelpad. Als ik dit ’s avonds vertel lijkt het erop dat ik als enige het onverharde pad heb ingeslagen. De rest heeft de verharde weg gevolgd in plaats van het pad. Volgens routemaker Klaas Herder maakt het niet uit, want als we beide afslagen zouden missen komen we weer op de doorgaande E6 uit.

Inmiddels is het warm en zonnig geworden, zodat been- en armstukken uit kunnen. Na de tweede stop voor een beker bouillon gaat de weg langs het fjord, met enkele korte klimmen en de imposante Skjomen-brug. Het glooiende parkoers nodigt uit tot hard rijden, iets waar ik gehoor aan geef. Ik kom daardoor alleen aan in Narvik, waar het hotel op een heuvel ligt. Daar zitten Hemke en Arnoud al op het terras te eten, met een dekentje om niet te snel af te koelen. Ook Roel, Monique en Jan komen aan en drinken wat mee. Het is fijn om een etappe zo gezellig met elkaar af te sluiten.

We checken in en wachten op de bus, die binnen een half uur arriveert. We helpen om de bagage uit te laden en naar de hal te brengen. Na het douchen kijken we op de hotelkamer naar de Tour, waarin Wout van Aert de etappe wint. Het diner is een uitgebreid buffet, dat we delen met een grote groep Noorse bejaarden. Als ze me zien in mijn HeCo-shirt mompelen ze ‘Amsterdam’, maar tot een gesprek komt het niet. Dat gebeurt wel als ik buiten mijn fiets poets. Twee Noorse jongens vragen wat ik doe en ik vraag of fietsen niet wat voor ze is. Ze lachen. Wie weet gaan ze later wielrennen.

Dag 13: Fauske – Innhavet

Reisleider Pieter had het al voorspeld. Bewolkt weer, met kans op een bui. Die kans wordt binnen 10 minuten na vertrek werkelijkheid als de eerste druppels beginnen te vallen. Bij het vertrek uit het hotel in Fauske zijn in de verte al donkere wolken te zien. Ik rij eerst door, maar zodra het gestaag blijft regenen stop ik om mijn regenjas aan te trekken. Verdorie, weer regen in Noorwegen. Maar een kwartier later stopt het met regenen en verderop is het droog. Gelukkig, het valt mee. We rijden langs fjord Sorfolda waar grote ronde visfuiken liggen, waarna we koffie drinken bij de bus van Rienk.

Na de koffie vertrek ik met Roel, Monique en Jan, maar al snel rij ik alleen aan kop. Dat was niet mijn bedoeling, maar het fietsen gaat lekker. Verderop verlaten we de E6 en rijden we om het fjord heen. Het is hier een stuk rustiger en lekker glooiend, totdat bij Lierfjordgarden een steile klim opdoemt. We stijgen 150 meter in 1,7 km, dat betekent 8,7 % gemiddeld. Daarna stijgt de weg snel door tot 300 meter. Ik waan me in het hooggebergte door de hellingen en de wolken rondom de bergen. Ik geniet ik van de rust om me heen. Ik kom slechts enkele bewoners en toeristen tegen.

Bij Sildhopen kom ik weer op de E6. Ik twijfel wat te doen: doorfietsen of pauzeren? Ik heb de bus van Rienk niet zien passeren, noch de andere fietsers. Ik besluit om door te rijden, en begin aan een lange klim over de brede E6. Tijdens de klim begint het te regenen, en niet zo’n beetje ook. Ik raak langzaam doorweekt en trek op de top mijn regenjas aan. In de afdaling stroomt het regenwater over het wegdek. Ik trap mee om mezelf warm te houden. Ik haal twee fietsende toeristen in, vlak voordat een vrachtwagen me passeert. Oef, wel blijven opletten. Vanwege de regen heb ik mijn bril afgezet.

De regen is gelukkig weer van korte duur. Het wordt droog bij de volgende afslag, die ik moet nemen om een tunnel te vermijden. Ik kom langs enkele meren, maar zie nergens een tankstation waar ik wat warms kan drinken. Omdat het vlak tot licht glooiend is besluit ik door te rijden naar de plek van bestemming van vandaag: Innhavet. Tegenover het hotel is een tankstation, waar ik chocolademelk drink en muesli met yoghurt eet. Hierin zitten veel eiwitten, gunstig voor een snel herstel. Ik zie Hemke en Arnoud ook aankomen, daarna volgen de anderen. Binnen twee uur is iedereen binnen.

Na het douchen poets ik mijn fiets achter het hotel, waar snelladers van Tesla staan. Een Noorse man die langs loopt vraagt naar mijn bestemming. Hij is verbaasd als hij hoort dat we in 20 dagen naar de Noordkaap fietsen. Hij rijdt korte ritten op de ATB. Na het diner loop ik een rondje buiten en kom ik langs een camping voor kampers aan het water. Elke kamper heeft een plek met een veldje van kunstgras. Ik kom Dirk tegen, die net als ik een wandelingetje maakt. Hij zag een van de campinggasten een vis vangen, direct op de barbecue werd gelegd. Verser kan het niet.

Dag 12: Poolcirkel – Fauske

Vandaag de kortste etappe naar de Noordkaap: slechts 75 km. Sommigen vinden dat te kort en maken een extra ommetje naar de Zweedse grens: dat betekent circa 50 km meer, dus 125 km. Ik twijfel: ik vind het uitstapje naar Zweden wel een leuk idee, maar mijn lijf heeft dringend behoefte aan wat extra rust. Ik stel mijn keuze uit. Vanaf het hotel is het eerst 10 km dalen, voordat de afslag naar Zweden opdoemt. Eenmaal daar stop ik en zie ik de weg omhoog lopen. Ik merk dat ik er geen zin in heb. Een minuut later stap ik op en rij ik door voor de korte route. Zweden komt later wel.

Verderop zie ik Theo. Hij geeft me gelijk met mijn wens om te rusten. Theo is dokter, dus die zal het wel weten. Ik zeg hem gedag en rij dan weer alleen. Het lastige is echter dat Klaas de gpx-route gisteravond heeft aangepast op basis van een lokale fietsroute, en ik heb de aangepaste versie niet. Ik besluit om de bordjes van de fietsroute te volgen, en sla linksaf bij het eerste bordje. Onder de E6, over de rivier en dan rechtsaf. De weg wordt smaller en onverhard, maar is nog goed te doen. Als de klim echter steiler wordt en de steentjes groter begin ik te twijfelen: is dit wel de juiste route?

Na een afdaling stop ik bij de rivier. Ik bel Rienk. Hij staat vlakbij met de bus. Ik besluit om door te rijden over het slechte pad en kom na een kilometer aan bij het tankstation waar de bus staat. Daar tref ik Klaas en Ella. Ik sluit me bij hen aan, waardoor ik zelf niet hoef te navigeren. Af en toe rij ik even sneller, maar wacht dan bij de volgende splitsing. Als we om een tunnel heen moeten rijden slaan we een weg in die als doodlopend aangegeven staat. De begroeiing kruipt naar het midden, de gele strepen midden op de weg verdwijnen, en verderop moeten we klunen langs grote keien, maar daarna komen we al snel weer uit bij de E6, die ons naar Fauske leidt.

Het is 13h00 als we aankomen in Fauske. Ik probeer in te checken in het hotel, maar de kamers moeten nog worden schoongemaakt. We gaan naar het aanpalende tankstation om wat te drinken en te eten, en na een half uur zien we de bus aankomen. Bagage uitladen, naar de kamers brengen en douchen. Voor de fietsen is geen aparte ruimte, dus die mogen op de kamer. Ik doe een dutje van een half uur. Heerlijk. Ondertussen bakt Rienk pannenkoeken voor het luchtinvoerrooster van het hotel, zodat het hele hotel naar pannenkoek begint te ruiken. Ik poets buiten mijn fiets en haal wat bananen en yoghurt bij de supermarkt. ’s Avonds ga ik vroeg naar bed. Heerlijk zo’n hersteldag.

Zo’n zes fietsers reden vandaag naar de Zweedse grens. In Zweden scheen de zon, in Noorwegen bleef het bewolkt. Dat het weer lokaal sterk kan verschillen zouden we de volgende dag ervaren.

Dag 11: Mo i Rana – Poolcirkel

We ontbijten in een ruimte die lijkt op een congreszaal. Daaraan is te merken dat we in een groot hotel hebben overnacht. Na het inladen van de bagage in de bus vertrek ik in het kielzog met Pieter en Fred, die waarschuwen dat ze een alternatieve route gaan rijden. Na een afdaling slaan ze af en rij ik weer alleen. Eerst over het fietspad langs de E6, daarna over de weg zelf. Het is bewolkt, maar niet koud. Dirk rijdt langzaam, zou hij last hebben van de lange dag van gisteren? Theo rijdt ook rustig. Moe of niet? Het is lastig te peilen. Als ik ze gedag zeg in het voorbijgaan reageren ze opgewekt.

Ik kom bij Adrie, die last heeft van een verkoudheid. Ik minder tempo, zodat ik naast hem kan rijden. Hij filmt me met zijn mobiele camera. Het weer klaart op: het wordt zonnig en warmer. Na de koffiestop rij ik met Roel en Monique. Ik neem de afslag naar de oude E6, die verderop doodloopt. Daardoor moet ik van de fiets om weer op de nieuwe E6 te komen en moet ik in de achtervolging om ze bij te halen. Daarna volgt een lastig traject met veel vals plat en diverse wegopbrekingen. Hemke en Arnoud halen me in, maar ik pik niet aan. Ik zie ze al snel bij de tweede stop bij de bus.

We naderen de Poolcirkel. Omdat het fris is rij ik snel verder. Bij de Poolcirkel is een Arctic Center en een monument uit 1937. Roel, Monique, Hemke en Arnoud komen ook en maken foto’s bij het monument. Ik verken een onverhard paadje dat onder de weg doorgaat en bij andere monumenten moet uitkomen, maar de kiezels zijn erg grof waardoor ik voortijdig terugkeer. Ik rij verder langs het ‘hoogste punt’ van 692 meter, ik neem aan het hoogst geasfalteerde punt van Noorwegen. Even verderop halen Hemke en Arnoud me in, ik besluit nu wel aan te pikken. Na een afdaling slaan we linksaf om de laatste kilometer te klimmen naar het Polarsyrkelen hotel. Aankomst bergop.

Het hotelpersoneel is verrast dat we er al zijn. Volgens hen was doorgegeven dat we er pas vanaf 17h00 zouden zijn. Sommige kamers worden nog schoongemaakt. Zo erg is dat nou ook weer niet, want de bus met de bagage is er ook nog niet. We rusten uit op het terras. Hemke besluit om een extra rondje te rijden en gaat naar de Zweedse grens, via een pittige maar mooie klim. Hij komt terug met mooie foto’s en haalt anderen over om de volgende ochtend naar de Zweedse grens te rijden. ’s Avonds hebben we een lopend buffet. Later komt een bus met Italianen aan, waardoor het toch nog gezellig druk wordt. Dat merken we vooral bij het ontbijt. Het lijkt wel alsof we in de Giro zitten.

Jan Veldt levert een bijzondere prestatie. Hij rijdt de Poolcirkel voorbij en komt daar pas bij het hotel achter. Hij fietst vervolgens terug naar de Poolcirkel om te filmen en rijdt daardoor 56 km extra, bovenop de 105 km van de etappe. Dus 161 km in totaal. Ik doe het hem niet na.

Tiende etappe: Trofors – Mo i Rana

Op de camping zou geen ontbijt zijn, maar dit werd geregeld, verzekerde Pieter ons. Rienk, Ella en Monique zorgen voor een uitgebreid ontbijt in een zaaltje naast het toiletgebouw. We vertrekken met volle buik voor de tiende rit, van Trofors naar Mo i Rana, over 138 km. We volgen de E6 langs de rivier de Svenningdalselva, maar bij Mosjoen buigen we af richting het noordoosten. In het begin rijd ik alleen en haal ik anderen in; na de koffiestop rijd ik samen met Roel en Monique. Onderweg maak ik een actiefoto van hen. Even later halen Hemke en Arnoud ons in en pik ik bij hen aan.

We mogen met de fiets niet door de Korgfjelltunnel, die 8,5 km lang is. In plaats daarvan beklimmen we de Korgfjellet, een bergpas van 550 meter. De beklimming is vanaf de afslag vanaf de E6 zo’n vijf kilometer lang, met gemiddeld 7 procent en maximaal 9 procent stijging. Ik gebruik de klim om mijzelf en de anderen te testen. Hemke blijft in mijn wiel, maar Arnoud moet lossen. Op gegeven moment versnelt Hemke en moet ik hem laten gaan. Ik probeer het gat vlak voor de top nog te dichten, maar ik kom te laat. Hijgend bereik ik de top, waarna ik even moet bijkomen.

Op de top is het zonnig en is het uitzicht fantastisch. De bus is er nog niet, zodat we wat op het terras drinken. Even later meldt Rienk zich met de bus en komen druppelsgewijs ook de anderen boven. Na een pauze van circa 10 minuten volgt een mooie snelle afdaling naar Korgen, waarna we de E6 weer oprijden. Het is op dit deel van de weg erg druk, waardoor ik een parrallelweg probeer te volgen. Helaas loopt die weg dood en moet ik omrijden om weer op de goede route uit te komen. Ik rijd verder met Roel, Jan en Monique het laatste stuk naar Mo i Rana, een stadje aan het Nordrana fjord.Fietsreis Noordkaap dag 10

We komen aan bij het hotel, maar de bus is er nog niet. Hemke en Arnoud zijn er al. Hemke maakt een rondje extra; de anderen zoeken een terras op of gaan naar een supermarkt om wat te eten en te drinken. Ondertussen maakt Jan nog een shot voor zijn film. Zodra we horen dat de bus is aangekomen gaan we naar het hotel, waar de bagage al is uitgeladen. Sommige deelnemers zijn erg laat: Dirk Breed komt ’s avonds vlak voor etenstijd binnen. Hij reed rechtdoor waar hij rechtsaf had gemoeten, en kwam er na 15 km achter dat hij op een schiereiland zat waar hij niet moest zijn…

Negende etappe: Grong – Trofors

Vandaag staat er 147 km op het menu. We volgen de E6 langs de Namsen-rivier, een glooiende route met korte klimmen. We rijden deels over de oude E6, die rustiger is dan de nieuwe weg. Ik haal Theo in en rij een stuk op met Arjan, waarna John, Martin en Gerard in mijn wiel rijden tot de koffiestop. Na een korte pauze sluit ik aan bij Hemke en Arnoud, die een hoog tempo onderhouden. Opeens zien we twee elanden langs de weg. We houden onze benen stil. De dieren kijken naar ons en wij kijken naar hen. Zodra we passeren keren ze om en verdwijnen ze in het bos. Een bijzonder moment.

Ik besluit om niet op kop te komen maar in het wiel te blijven. Dat gaat goed. De klimmen zijn kort en geleidelijk genoeg om bij te blijven. Arnoud heeft een hoog beentempo en Hemke rijdt ook op souplesse. Toch gaan we hard. Na de rit zie ik op Strava dat ik 33,5 km per uur heb gereden. Hemke heeft zelfs een gemiddelde van 35 km per uur. Dit soort snelheden haal ik normaal nooit, zelfs niet in de polder. Ook zie ik dat ik enkele KOM’s heb gehaald, dus mijn dag is weer goed. Natuurlijk is dit grotendeels te danken aan het kopwerk van Hemke en Arnoud, anders had ik dit nooit gehaald.

Fietsreis Noordkaap dag 9Halverwege de rit passeren we de grens van Noord-Noorwegen, zoals een bord boven de weg toont. De bidons zijn bijna leeg met het warme en zonnige weer. Ik vraag bij de souvenirshop naar kraanwater, waarvoor ik word doorverwezen naar de toiletten aan de overkant. Daar stroomt echter alleen warm water uit de kraan. Gelukkig is er een Duitse begeleider van een motorclub die me koel flessenwater geeft. Even later komt Rienk met de bus aan, waardoor we nog een bouillon te drinken krijgen. Al snel komen de andere fietsers aan. Ik rijd verder met Hemke en Arnoud.

De Noren werken flink aan de E6, zo merken we. We moeten over diverse stukken met losliggend grind, terwijl het andere weggedeelte opnieuw wordt geasfalteerd. We moeten halt houden voor een rood stoplicht, waarbij een vrouw de wacht houdt. Ze zegt dat we pas mogen doorrijden zodra ze daarvoor het teken geeft. We moeten achter een voorrijwagen over het nieuwe asfalt rijden. Hemke rijdt bijna op de achterbumper en zegt dat ik niet mag inhalen. Als grap zeg ik dat ik naast de auto moet rijden om het telefoonnummer van de chauffeuse te vragen. Kijk maar uit, zegt Hemke.

We komen na 4,5 uur rijden aan op de Storforsen camping, waar de eigenaar ons verwelkomt. Hij is verbaasd dat we er nu al zijn. De meeste fietsers zijn nog onderweg, evenals de bus met onze bagage. Arjan komt even later aan. We besluiten om in de tussentijd naar het dichtstbijzijnde dorp Trofors te rijden en te gaan lunchen. Dat doen we bij restaurant Trixie, een populaire zaak langs de E6 waar we die avond ook zullen gaan eten. Na de lunch rijden we terug en zien we dat de bus is aangekomen. We brengen onze bagage naar de trekkershutjes, waar we die nacht zullen slapen.

De hut is Spartaanser dan bij de vorige camping. Zo is er geen stromend water en moeten we voor het toilet en de douche naar een gebouwtje beneden bij de receptie. Wel is er elektriciteit en een koelkast. We spreken af om kwart voor zeven te verzamelen, zodat we met de groep naar het restaurant kunnen fietsen. Het is een bont gezelschap: de een heeft een helm op en een korte broek en T-shirt aan, de ander heeft een lange broek aan en een dikke jas voor het geval het koud wordt. Het eten is uitstekend, de koks bij Trixie weten in een mum van tijd de pizza’s en pasta’s op tafel te toveren.

Na het diner fietsen we terug naar de camping, waar we onze hut opzoeken. Het was een mooie dag.

Achtste etappe: Levanger – Grong

Slecht geslapen. Diverse passerende auto’s en een los putdeksel in de straat van het hotel zorgden voor een onrustige nacht. Gelukkig zit het weer mee: bewolkt, maar een stuk warmer en droger dan voorgaande dagen. Het is nog een beetje nat op het wegdek als ik vertrek vanuit Levanger. Ik sluit aan bij Pieter en Fred, die een alternatieve route rijden. Ze kiezen voor wegen die parallel aan de E6 lopen, waardoor ze minder last hebben van passerend verkeer. Hierdoor lopen ze wel kans om af en toe op onverharde wegen uit te komen, maar dat hebben ze er wel voor over.

Ik volg de verharde route, over of langs de E6, net als de meeste anderen. We rijden waar het kan over het fietspad, maar dat loopt niet altijd naast de weg. Enkele fietsers zoeken naar de afslag en besluiten om over de E6 te rijden, die op dat stuk op een snelweg lijkt. Even verderop zie ik drie andere fietsers over de vangrail klimmen. Het moet niet gekker worden vandaag. We rijden langs het Tronsheimfjord. Na de koffiestop gaat het bij Steinkjer even omhoog door het bos, een verrassend steile klim. Ook bij Kne vertoont de weg een forse knik, om uit te komen bij het Snasavatnet fjord.

Na de tweede stop bij het fjord rijden we verder over de E6. Inmiddels is het zonnig geworden. Na het fjord krijgen we diverse klimmen, tot zo’n 230 meter. En met wind tegen is het laatste stuk pittig zwaar. We komen aan in Grong, waar in het hotel op dat moment net een uitvaartceremonie wordt gehouden. Een meisje zingt een mooi lied, begeleid op piano. We besluiten om in het centrum van Grong een terrasje te pakken. Als we na anderhalf uur terugkomen zien we de gasten in nette kleding naar buiten komen. Een van hen zegt dat hij graag met ons naar de Noordkaap zou willen fietsen.Fietsreis Noordkaap dag 8

Het hotel in Grong is een groot oud huis met diverse gangen en kamers. Aan de muur hangen foto’s van vroeger, van een jongen naast een levensgrote vis tot een gezin van honderd jaar geleden. Alsof de tijd stil staat. Toch heeft het hotel wifi. Na het diner poets ik de fiets. Martin heeft problemen met zijn achterwiel: zijn body ‘helemaal gaar’. Hij neemt de volgende dag een reservewiel in gebruik. Ook John heeft materiaalpech: zijn derailleur is krom. Hij krijg de reservefiets van Hemke, die Parijs – Roubaix heeft weerstaan. Dan moet het ook lukken op de Noorse wegen, op weg naar de Noordkaap.

Zevende etappe: Gulvag camping – Levanger

Bij het ontbijt is het nog droog, maar bij het inladen van de bagage in de bus begint het al te spetteren. Kamergenoot Fred laat op zijn mobiel zien dat het zeker enkele uren achter elkaar gaat regenen, en misschien zelfs langer. Geen fijn vooruitzicht met een lange rit van zo’n 158 km. Ik kleed mij warm aan en neem mijn regenjas mee. Bij vertrek regent het echter al flink door, waardoor ik binnen een half uur rijden aardig doorweekt raak. Ik stop even om mijn regenjas aan te trekken en neem gelijk iets te eten omdat ik weet dat ik dat met regen snel kan vergeten. Ik wil vandaag niet de man met de hamer tegenkomen, oftewel een hongerklop. Op tijd eten is het devies.

Ik rijd alleen, maar in de regen is dat minder erg omdat ik dan geen last heb van opspattend water van een voorganger. Ik zie na zo’n 30 km de bus van Rienk staan bij een bushokje waar andere fietsers schuilen en koffie drinken. Om niet af te koelen besluit ik om de koffiestop over te slaan en door te rijden. Dat roep ik ook tegen degenen bij het bushokje. Even verderop mis ik de afslag, maar gelukkig heb ik dat op tijd in de gaten. Ik neem de volgende afslag en kom snel weer uit op de goede route. Ik passeer een groep met Martin, Gerard, Pieter, Jan , Annie en Johan en sluit aan bij Roel en Monique. Zij rijden een lekker tempo, dat ik goed kan volgen. Arjan Hulsebos is hen al eerder gepasseerd.

Fietsreis Noordkaap dag 7Het is nat en koud. Routemaker Klaas Herder heeft ‘een leuk weggetje’ ontdekt. We slaan rechtsaf en komen op een onverhard steil paadje dat met de mountainbike beter is te doen dan met de racefiets. Tot tweemaal toe slip ik bijna weg, maar ik blijf overeind en kom hijgend boven. De meesten komen fietsend boven, enkelen moeten lopen. We rijden verder. Na een kris-kras afdaling richting het fjord komen we op een fietspad langs de drukke E6. Niet ideaal, want het pad kruist met op- en afritten die afscheiden zijn met drempels die soms net zo hoog als de stoep zijn. Bijna rij ik een aangelijnde hond aan die het fietspad wil oversteken, maar de eigenaar kan hem nog net op tijd wegtrekken.

Bij een lange klim over de drukke E6 met veel verkeer verlies ik Roel en Moniek uit het oog. Later hoor ik dat ze halverwege de klim zijn gaan pauzeren. Ik wacht even bovenop de top, maar besluit dan om verder te rijden en te pauzeren bij het volgende tankstation. Daar drink ik een cappuccino en eet ik twee wafels om mijzelf op te laden voor de laatste 30 km. Eindelijk wordt het droog. Dat geldt ook voor mijn ketting. Met een piepende ‘muis’ in mijn fiets bereik ik het hotel in Levanger, waar Arjan mij zit op te wachten. Hij heeft vanaf de tweede koffiestop niet meer gepauzeerd. Dat betekent dat hij 100 km in zijn eentje heeft doorgereden. Petje af voor deze doordouwer.

De laatste fietsers komen aan bij het hotel als we om 19.30 uur gaan eten. Ze schuiven gelijk aan; douchen komt straks wel. Na het diner ga ik mijn fiets poetsen. Anderen gaan ook met hun fiets aan de slag. Ik zie dat Piet zijn remblokken vervangt. Tijdens het poetsen ontdek ik dat mijn remblokken achter ook teveel zijn versleten, waardoor ik ze ook moet vervangen. Om de oude remblokjes te demonteren en de nieuwe erop te zetten, schroef ik mijn remhoeven los, iets dat volgens Hemke niet hoeft. Daardoor moet ik mijn remmen opnieuw afstellen, maar dat lukt wel. De volgende dag zal ik de remmen testen, voordat ik van start ga voor de achtste etappe. Hopelijk is het dan droger weer.

Zesde etappe: Dombas – Gulvag camping

Het is koud en grijs weer als we rond 8h30 vanuit de jeugdherberg vertrekken. Op het programma staat een rit van 127 km met meer dalen dan klimmen. We rijden over de E6, een brede doorgaande weg naar het noorden. Er zijn op dit stuk amper parallelwegen, dus we moeten rekening houden met vrachtwagens, kampers en andere auto’s die ons passeren. Het valt mij echter op dat de meeste automobilisten inhouden en pas inhalen als er geen tegenliggers zijn. Dat maakt het rijden op dit soort doorgaande wegen een stuk veiliger. Natuurlijk zijn er ook enkele automobilisten die ons dichter passeren, en daarom moeten we goed rechts houden en blijven opletten.

We klimmen van circa 700 meter naar een hoogvlakte van rond de 1000 meter. Met de wind tegen is het berekoud. Ik krijg last van koude vingers en koude voeten, en probeer mijzelf warm te fietsen door harder te rijden. Dat helpt maar gedeeltelijk. Gelukkig staat na circa 25 km begeleider Rienk met de bus voor een kop koffie. Tijdens de koffiestop trek ik mijn winterhandschoenen, overschoenen en dikke beenstukken aan. Dat rijdt een stuk aangenamer, zeker in de afdaling die volgt. Even is het spannend als we drie schapen passeren, waarvan er één vlak voor ons oversteekt. Gelukkig weten we het dier te ontwijken, maar we zijn gewaarschuwd: schapen zijn gevaarlijker dan passerende auto’s…

Fietsreis noordkaap dag 6Ik rij op kop van een groepje met Monique, Piet en Gerard, maar na een plaspauze pik ik aan bij de drie snelle rijders Hemke, Arnoud en Roel. We rijden kop over kop een strak tempo. We schieten daardoor lekker op, zodanig zelfs dat we de tweede bevoorrading dreigen te missen. Gelukkig weten we Rienk over te halen om 12 km verderop naar ons te komen, zodat we van hem toch nog een warme bouillon en pannenkoeken kunnen krijgen. Inmiddels is de andere groep ons gepasseerd, die we verderop bijhalen. Omdat het parkoers nagenoeg vlak is kunnen we bij elkaar blijven, waardoor we met een groep van acht finishen bij de Gulvag camping, na zo’n vier uur rijden.

Op de camping verblijven we in trekkershutjes, die bijna zo luxe zijn als een hotelkamer. De ‘cabins’ hebben een toiletruimte met warme douche, elektrische kachel en een grote TV. Het stapelbed zorgt voor discussie wie onder en wie boven moet slapen, maar daar komen we wel uit. Doordat de zon schijnt lukt het ook nog redelijk om de wielerkleren schoon en droog te krijgen. ’s Avonds eten we pizza in het restaurant van de camping, dezelfde plek waar we de volgende ochtend vanaf half acht zullen ontbijten. Na het eenvoudige doch voedzame diner maak ik een wandeling over de camping, waar ook enkele andere gasten zijn aangekomen. Ook voor hen is de vakantie begonnen.

Vijfde etappe: Jotunheimen Fjellstue – Dombas

Het regent op de berg. Dat betekent een natte, koude afdaling. Geen leuk vooruitzicht, maar we moeten er toch aan geloven. Na het ontbijt trek ik mijn regenjas, overschoenen en winterhandschoenen aan. De eerste fietsers zie ik al vertrekken. Bikkels. Met Roel en Moniek begin ik een kwartier later aan de afdaling. Al snel zijn mijn beenstukken en overschoenen doorweekt. Toch vind ik het niet koud, waardoor ik na de afdaling mijn regenjas uittrek. Langs de rivier rijden we verder tot aan de koffiestop in Lom. Hemke waarschuwde ons voor een kuil met grind in het wegdek. We zijn op onze hoede. Gelukkig valt het mee en kan iedereen zonder kleerscheuren de kuil passeren. Vijfde etappe Noordkaap

Na de koffiestop rijden we langs de Ytterviki rivier om de drukte op weg 15 te vermijden. De weg is heuvelachtig en bevat een lange onverharde strook. Dat is een mooie opwarmer voor de Sladalsvegen, een beklimming van circa 15 km over een onverharde weg. Deze berg zit in de alternatieve route die Klaas Herder heeft ontworpen om te laten zien hoe de wegen er vroeger in Noorwegen uitzagen. De Sladalsvegen is daar een mooi voorbeeld van. Voor fietsers is de beklimming toegankelijk, auto’s moeten echter tol betalen om over de pas te rijden.

Ik twijfel of ik de Sladalsvegen moet beklimmen. Het heeft immers ’s ochtends nog geregend en de weg zal modderig kunnen zijn. Piet Wijnker en Jan Veldt gaan wel, waarna ik alsnog besluit om de berg te beklimmen. In het begin van de klim is de weg nog van asfalt, maar bij de afslag wordt de weg onverhard. Met de modderigheid blijkt het mee te vallen. Het draait wel wat zwaarder, maar mijn wielen zakken niet weg. Ik kom koeien en schapen tegen die op de weg lopen. De weg loopt steil omhoog, met af en toe een korte afdaling. Het is heel rustig op de berg. Op de top wacht ik op Moniek, om samen te gaan dalen. Ze komt al snel boven en is zeer onder de indruk van de berg.

Afdalen over een onverharde weg lijkt gevaarlijk, maar het valt mee. Ik ga wel minder hard omlaag, maar kon nog behoorlijk remmen op de aangestampte zandweg. We stoppen even om een foto te maken van het uitzicht, waarna een jeep met aanhanger ons hard voorbij komt. Op de aanhanger ligt een rubberboot. Ik kan de boot aardig bijhouden, maar besluit om even te wachten op Moniek. De volgende haarspeldbochten zijn geasfalteerd, maar de rechte stukken daartussen weer onverhard. Ook loopt de weg steil omlaag, waardoor we op tijd moeten remmen. Ik ben blij als de onverharde afdaling achter de rug is en we weer gewoon op het asfalt kunnen rijden.

We rijden naar Dombas, waar we overnachten in de jeugdherberg. De gpx-route leidt ons naar een steil klimmetje langs vakantiehuizen, maar we zien daar geen jeugdherberg. We vragen de weg aan een man die in zijn tuin werkt. Hij zegt dat we zo’n 200 meter door moeten rijden om bij de jeugdherberg te komen. Daar zie ik een bordje van de jeugdherberg, maar nog geen herberg. Dat blijkt weer 100 meter hogerop te liggen, achter het restaurant-hotel. Het personeel van het hotel is op de hoogte van onze komst. Gelukkig, we zitten goed. De anderen die later binnen komen hebben ook moeite gehad om de jeugdherberg te vinden, maar ze hebben het uiteindelijk wel gevonden.

Zoals Jan Veldt zegt: de reis naar de Noordkaap is een avontuur. Daar hoort het zoeken ook bij

Vierde etappe: Leikhanger – Jotunheimen Fjellstue

Een superdag was het vandaag. Het is al zonnig als we vanuit Leikhanger vertrekken voor de vierde etappe over 122 km. Het is nog fris, maar door de zon warmt het snel op. Ik rij samen met Roel, Moniek en Arjan. We rijden langs diverse fjorden. Doordat het nauwelijks waait is het water als een spiegel zo glad. Drie keer stoppen we om foto’s te maken, zoals bij het Sognefjord waar we vlakbij de kant water omhoog zien komen. Volgens Pieter is het de uitstroom van een waterkrachtcentrale. Een buis die op die plek onder het wateroppervlak uitkomt. Bijzonder om te zien.

Na 78 km beginnen we aan de 24 km lange klim van de Jotunheimen Fjellstue. Een zware berg, want de eerste 10 km zijn gemiddeld 9 procent. Het is zwoegen en zweten om boven te komen. Roel en ik stoppen enkele keren om foto’s te maken, voordat we de top op 1.467 meter hoogte bereiken. Op de top maken we weer foto’s en ontmoeten we mensen van Trek die een fietstocht organiseren. Ze reageren enthousiast als ze horen dat we naar de Noordkaap fietsen. Roel en ik zien vlak voor de afdaling een groot, houten gebouw, waar we warme chocolademelk drinken en een broodje kip eten. 

Na de lunch stappen we weer op en zien wij Klaas Herder en Jan Veldt passeren. Dit is bijzonder, want nu rijden we met drie fietsers samen die eerder naar de Noordkaap zijn gereden: Klaas, Jan en Roel. Jan heeft zijn beenstukken uitgedaan en rijdt met blote benen omlaag. Dat lijkt me ontzettend koud. Twee uur later vertelt hij bij het hotel in de zon over zijn deelname aan de fietsreis van Le Champion dwars door de VS en Alaska. Hij maakt ook een film van deze reis, vertelt hij enkele dagen later. Hij pakt regelmatig de camera om te filmen. Een man met bijzondere ervaringen. Vierde etappe Noordkaap

De laatsten komen een half uur voor het diner binnen. Onder hen bevindt zich Aart Frankfort, die op zijn 73e alsnog probeert de Noordkaap fietsend te bereiken. In 1973 deed hij mee aan de fietsreis van Amsterdam naar de Noordkaap, maar moest hij voortijdig afstappen vanwege knieproblemen. Hij vond het zwaar vandaag vertelt hij, maar hij heeft het gered. Reisleider Pieter van Zijl verwacht dat Aart het dit keer gaat halen. Hij spreekt ook vol bewondering over Hemke Kamstra. Hemke reed na de Jotunheimen door om de berg van de andere kant te beklimmen. Een bijzondere prestatie.

’s Avonds krijgen we in het hotel op de berg een bijzonder diner voorgeschoteld. De kok heet ons welkom en spreekt ons toe over de maaltijd met ‘organische’ ingrediënten zoals sterk smakende tomaatjes en bloemetjes en takjes die we kunnen eten. Hij adviseert ook om onze mobieltjes weg te doen en in gesprek te gaan met elkaar om er een mooie avond van te maken. Hij beveelt ook enkele wijnen aan, waarvan enkelen een glas nemen. De meeste drinken echter water, maar desondanks is het een gezellige avond. Het is de afsluiting van een mooie dag.

Derde etappe: Utne- Leikhanger

Bewolkt, regenachtig weer. De boot vanuit Utne naar Kvandall zou om half negen vertrekken, dus enigszins gehaast ontbijten we en laden we de bagage in de bus. Bij nader inzien vertrekt de boot pas om half tien, waardoor we nog genoeg tijd hebben voor een kop koffie in het hotel. Voordat we van de boot gaan, deelt Rienk dropjes uit. Ik rij de eerste 20 km in het wiel van Hemke en Arnoud, maar als de eerste klim zich aandient, laat ik ze gaan. Ik trek bij een waterval mijn Noordkaap-shirt met lange mouwen uit. Te warm. Bovenop is het echter fris. Als het begint te regenen schuil ik even in een bushokje om het shirt weer aan te trekken. Net daarna komt Roel voorbij en sluit ik bij hem aan.

We rijden over een fietspad naar Voss. De fietspaden in Noorwegen worden gedeeld met wandelaars. Op het pad moet je als fietser over drempels en omrijden om de route te volgen. Dat is niet optimaal, dus als het mag rijden we over de autowegen, die over het algemeen redelijk rustig zijn. In Myrkdalen begint de beklimming naar de 1.044 meter hoge Vikafjellet Sor, een mooie rustige klim met enkele haarspeldbochten. Na de laatste haarspelbocht krijg ik honger en stop ik om een broodje honing te eten. Denk dat ik gisteravond te weinig heb gegeten. Roel passeert me, waarna ik even later weer aanpik. Samen komen we boven op de top, waar we door een donkere tunnel rijden.

Een snelle afdaling brengt ons in Vikoyri. Omdat het weer gaat regenen besluiten Roel en ik om koffie te drinken en een wafel te eten in het tankstation. Met wind in de rug rijden we naar Vangsnes, waar we de boot naar Hella moeten nemen. Halverwege roept een man langs de kant van de weg ‘Zijn jullie van Le Champion?’. We stoppen en maken een praatje. Het is Piet Boonstra, die bij Le Champion als vrijwilliger werkt en op vakantie is in Noorwegen. Hij kent ook deelneemster Ella Conijn, die na ons zal passeren. Het is een kleine wereld. Dat merken we ook op de boot waar we door een Nederlandse dame worden aangesproken die in het noorden van Zweden woont.Sportreis-Noordkaap

De laatste 16 km rijden we langs het fjord naar het hotel in Leikanger. Bij aankomst zien we dat de bus er nog niet is. We hebben geen zin om rond te hangen in het hotel en gaan wat eten en drinken in het dichtstbijzijnde tankstation. Daar zien we ook de andere fietsers langskomen, maar die rijden zonder ons te zien door naar het hotel. Alleen Adri Nillesen ziet onze fietsen staan en sluit zich bij ons aan. Als we een uur later inchecken bij het hotel vernemen we al snel dat de bus is aangekomen. We halen de bagage op en gaan douchen. Het diner is een uitgebreid lopend buffet, en sommige fietsers lijken wel uitgehongerd, zoveel eten ze. Het is de afsluiting van een fijne dag met wisselvallig weer.

 

 

Tweede etappe: Sand – Utne

We worden vroeg wakker in Sand, want om kwart over vier uur is het al licht. De meesten zitten op de afgesproken tijd van half acht al aan de ontbijttafel. Er staat een flinke etappe van 150 km op het programma. Vlak voor vertrek maken we een groepsfoto met de wielershirts die speciaal voor de reis naar de Noordkaap zijn gemaakt. We horen dat de boot die we willen nemen niet meer vaart, omdat er een verderop een brug is aangelegd. Dat betekent  dertig kilometer omrijden, waardoor de totale afstand op 180 km zou uitkomen. Een andere optie is om de andere kant op, over weg ‘13’ te rijden, die na 60 km uitkomt op de geplande route. We slaan daarmee een berg over, waardoor de etappe lichter uitvalt. Dat vinden de meesten niet erg, zo valt op te maken uit de reacties.

De weeromstandigheden maken de rit echter zwaar. In het begin is alleen het wegdek nat en schijnt zelfs de zon, maar daarna krijgen we regelmatig buien. Ook rijden we door diverse tunnels, die niet altijd even goed verlicht zijn. Na een stop bij de bus voor kop koffie met koek rij ik snel weer verder, anders koel je teveel af. Bij Hara begint de stevige klim naar de Roldalsfjellet (Gamleveien). Het begint te regenen en het koelt flink af: op de top is het zo’n drie graden. Ik trek mijn regenjas aan. In de afdaling krijg ik last van koude vingers en begin ik te klappertanden. Als geroepen passeert begeleider Rienk me, waardoor ik een buff en winterhandschoenen uit de bus kan pakken. Ook helpt hij me met het vastzetten van mijn balhoofd, waardoor ik veilig verder kan rijden.

Samen met Roel en Moniek daal ik af, waarna we ons opwarmen in een tankstation in Odda. Daar drinken we cappuccino en eten we warme wafels. We zien ook andere fietsers passeren, zoals mijn kamergenoot Fred Fouraschen. De laatste 35 km gaan langs het fjord en is glooiend. Vlak voor Utne barst een flinke regenbui los. Behoorlijk doorweekt komen we aan bij het hotel, waar Hemke en Arnoud al een uur eerder zijn gearriveerd. De mannen zitten bij de open haard om te drogen. Een uur later komt de bus, waardoor we onze bagage naar de kamers brengen en heerlijk warm kunnen douchen. De fietsers druppelen letterlijk binnen. Sommigen hebben het zien sneeuwen op de bergpas, zoals Jan Veldt. Gelukkig was het geen zwarte sneeuw.

Eerste etappe: Stavanger – Sand

Vandaag staan we vroeg op, want het vliegtuig naar Stavanger vertrekt al om 8h15. Op Schiphol treffen we de 22 andere deelnemers aan de fietsreis naar de Noordkaap, het noordelijkste puntje van Noorwegen. Na een vlucht van anderhalf uur komen we aan op het vliegveld van Stavanger, waar we onze fietskleren aantrekken en onze eerste Noorse kronen pinnen. Buit

en staan de fietsen die de begeleiders Rienk en Jan in twee dagen met de bus hebben vervoerd vanuit Nederland naar Stavanger. Enigszins nerveus maken we de fietsen klaar voor vertrek, bang om iets te vergeten. Pedalen monteren, stuur vastzetten, bidons vullen en we kunnen vertrekken.

In het wiel van routemaker Klaas Herder en reisleider Pieter van Zijl rijden we vanaf het vliegveld naar Stavanger. Klaas heeft nog enkele  weggetjes gevonden waaronder een steil klimmetje met een paar onverharde stukjes, die we zonder problemen nemen. Meer moeite kost het navigeren in het centrum van Stavanger, met een kruip-door-sluip-door-route die meer tijd in beslag neemt dan verwacht. De groep wordt ongeduldig. We moeten immers nog de boot halen naar Tau, die we tot onze verbijstering net voor onze neus zien vertrekken. Dat betekent drie kwartier wachten. Gelukkig schijnt de zon, al is de wind fris. Als troost kunnen we eten in een behaaglijk warme boot.

Vanaf Tau mogen we ons eigen tempo bepalen. Dat laten de snelle rijders zich geen twee keer zeggen, en weg zijn ze. Ik rij even met ze mee, maar laat ze op een lange helling lopen. Het is pas de eerste dag, en de reis duurt drie weken en bevat geen rustdagen. Verderop kom ik Roel Wierda tegen, die een foto maakt van het mooie uitzicht over het fjord. Samen rijden we naar Hjelmeland, waar we net de boot zien vertrekken. De twee snelste rijders zijn al op de boot, waaronder Hemke Kamstra, die in zes dagen vanuit Nederland naar Stavanger is gefietst. We maken er maar het beste van, en zoeken een bankje in de zon om op de anderen te wachten.

De boot naar Nesvik kent nauwelijks beschutting, waardoor het met de wind erg fris word. Alle fietsers trekken hun regenjas aan en zoeken een plekje uit de wind. Gelukkig mogen we in Nesvik ons gelijk warm trappen, met een pittig klimmetje. Ik rij samen met Roel het laatste stuk naar Sand, terwijl we elkaar wijzen op mooie uitzichten. Toch is het parkoers pittig, met enkele hellingen die lang doorlopen. Het wegdek is nat, terwijl de zon schijnt. Kennelijk hebben we geluk. Even verderop worden we alsnog overvallen door een fikse bui. Ik kijk waar ik kan schuilen, maar zie in de verte blauwe lucht. Dan maar doorrijden, en na vijf minuten is het weer droog. We hebben mazzel.